De nieuwe Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS)
Op 1 maart 2025 moet de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) in werking treden. De wet maakt duidelijk onder welke strikte voorwaarden vier bestaande samenwerkingsverbanden, waaronder de Zorg- en Veiligheidshuizen, informatie kunnen verwerken en delen. De andere samenwerkingsverbanden zijn de Regionale Informatie- en Expertisecentra (tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit), het Financieel Expertisecentrum (integriteit van de financiële sector versterken en illegale geldstromen in en door Nederland terugdringen) en de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (rapportages waar mogelijk crimineel of fiscaal ontdoken vermogen wordt verborgen).
Privacywetgeving en formele wetten maken tot nu toe gegevensuitwisseling complex of staan die niet altijd toe, terwijl die wel nodig is voor de samenwerking en een goede aanpak van het probleem. Er is ook vaak onduidelijkheid over welke gegevens in een samenwerking mogen worden gedeeld. Dat is met de komst van de WGS voorbij.
De WGS stelt belangrijke randvoorwaarden aan de gegevensverwerking binnen de Zorg- en Veiligheidshuizen, waaronder: • doel, samenstelling en aard van het samenwerkingsverband, • waarborgen voor zorgvuldigheid en toetsing en • de manier waarop gegevens worden verwerkt.
PGAx voldoet aan WGS
Frederiek van Maar is als projectleider van zaaksysteem PGAx betrokken bij de gegevensverwerking: “Vanuit het ZVHBZO kijken we met een werkgroep naar de inrichting en positionering van onze organisatie: hoe brengen we deze in lijn met de vereiste randvoorwaarden vanuit de WGS? Ik richt mij hierbij op het overeenstemmen van de informatievoorziening via PGAx met de WGS, dus de manier waarop zaakgegevens worden verwerkt. Waar mogelijk zijn deze randvoorwaarden al ingericht, het invoeren van de overige voorwaarden volgt begin 2025. Dat geldt voor onze basistaken, zoals COM en PGA, die onder complexe casuïstiek vallen. De PGA Radicalisering heeft eigen wetgeving en valt daarmee buiten de WGS.”
De WGS is sterk bepalend voor de manier van werken en de gehele informatievoorziening. In de triagefase wordt bepaald of een casus voldoet aan de criteria die de WGS beschrijft. Bovendien maakt de wet onderscheid tussen diverse deelnemers aan casusoverleggen, duidt Frederiek: “Daarover wordt op korte termijn gecommuniceerd met de ketenpartners. De WGS bepaalt de deelnemersgroepen: alleen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke deelnemers behouden toegang tot PGAx, dit is niet meer mogelijk voor incidentele deelnemers. Zij kunnen op uitnodiging nog wel aansluiten bij een casusoverleg en blijven in lopende casuïstiek tot afsluiten nog toegevoegd aan een casus. De overzichtslijst van deelnemers is nu helder en het systeem is daarop ingericht, met toegang voor belanghebbenden per casus.”
In het zaaksysteem is bovendien te zien wie (rechtmatig) inlogt en wijzigingen aanbrengt in een bepaalde casus: “Ook checken we de juiste archiveringstermijnen, dus hoelang zaakgegevens bewaard blijven.”
Momenteel wordt nog hard gewerkt aan onder meer een relevante update van het samenwerkingsconvenant; daarover meer in onze nieuwsbrieven in 2025.
|